Meer bewegen begint met beter samenwerken!

Stel je voor dat je graag wilt sporten, maar niet weet waar je moet beginnen. De sportclub kent jouw ondersteuningsbehoefte niet, de zorgprofessional kent het lokale aanbod onvoldoende en de gemeente verwijst naar een andere organisatie. Daardoor kom je van het kastje naar de muur. Voor veel volwassenen met een verstandelijke beperking (VB) is dit dagelijkse realiteit.

Dat is opvallend, want bewegen levert juist voor deze doelgroep veel op. Regelmatige lichaamsbeweging draagt bij aan gezondheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Toch voldoet slechts 17 tot 20 procent van de volwassenen met een VB aan de Nederlandse beweegrichtlijnen.

Het probleem zit vaak niet bij motivatie

Wie denkt dat beweegarmoede vooral ontstaat door een gebrek aan motivatie, kijkt slechts naar een deel van het verhaal. Uit onderzoek blijkt dat de weg naar passend beweegaanbod vaak ingewikkeld is. Professionals ervaren onduidelijkheid over verantwoordelijkheden; doorverwijzingen verlopen niet altijd soepel en kennis over passend aanbod is versnipperd. Daardoor raken mensen soms verdwaald tussen organisaties die allemaal hetzelfde doel nastreven: mensen in beweging krijgen.

Een probleemanalyse onder professionals uit zorg, welzijn en sport laat zien dat vijf factoren steeds terugkeren: onduidelijke regie, onvoldoende doorverwijzing, beperkte kennis van aanbod, knelpunten rond maatwerk en financiële beperkingen. Deze factoren versterken elkaar en maken samenwerking kwetsbaar.

Wat werkt wél?

Literatuuronderzoek laat zien dat succesvolle samenwerkingen drie kenmerken hebben. Ten eerste is er een duidelijke route voor verwijzing. Daardoor weten professionals wie waarvoor verantwoordelijk is en welke stappen gevolgd moeten worden. Ten tweede wordt informatie gedeeld, zodat betrokken partijen beschikken over hetzelfde overzicht van aanbod, criteria en contactpersonen. Ten derde is er iemand die het proces bewaakt en ervoor zorgt dat niemand tussen wal en schip valt.

Op basis van interviews met professionals en literatuuronderzoek is er een verwijsmodel ontworpen dat een antwoord probeert te geven op een hardnekkig probleem: volwassenen met een VB raken vaak verdwaald tussen zorg, welzijn en sport. Daarom richt het model zich op duidelijke afspraken, een herkenbare route en betere afstemming tussen betrokken partijen. Het model wordt de komende fases verder uitgewerkt, geïmplementeerd en geëvalueerd.

Van losse schakels naar één keten

Het RVO-model (Regionaal Verwijs Ondersteuningsmodel) werkt als een routekaart. Een beweegvraag wordt gesignaleerd, de ondersteuningsbehoefte wordt beoordeeld en vervolgens wordt gekozen voor een passende route. Daarbij zijn rollen helder beschreven en wordt de voortgang bewaakt. Hierdoor ontstaat meer overzicht voor professionals en meer duidelijkheid voor deelnemers.

De grootste winst zit in het slimmer organiseren van samenwerking. Wanneer zorg, welzijn, gemeenten en sportaanbieders dezelfde taal spreken en gebruikmaken van een gezamenlijke werkwijze, ontstaat ruimte voor structurele beweegparticipatie. Daarnaast wordt het eenvoudiger om mensen op het juiste moment naar passend aanbod toe te leiden.

Wat betekent dit voor professionals?

Professionals die werken met mensen met een VB hebben een belangrijke rol als verbinder. Kennis van lokaal aanbod en / of contacten met professionals die het lokale aanbod kennen, duidelijke afspraken over doorverwijzing en aandacht voor individuele ondersteuningsbehoeften vergroten de kans op blijvende deelname aan sport en bewegen.

Daarom ligt hier ook een kans voor scholing en deskundigheidsbevordering. Hoe breng je zorg, welzijn en sport samen? Hoe richt je een inclusieve beweegroute in? En hoe zorg je dat mensen aangesloten blijven?

De rol van Sport Care Plus

Bij Sport Care Plus geloven we dat bewegen meer is dan een activiteit. Het is een sleutel tot gezondheid, zelfstandigheid en sociale verbinding. Daarom ontwikkelen we praktijkgerichte kennis, innovatieve werkwijzen en opleidingen die professionals helpen om beweegparticipatie echt mogelijk te maken. Daarnaast zijn deze inzichten gebaseerd op onderzoek én direct toepasbaar in de praktijk.

Wil jij leren hoe je mensen met een verstandelijke beperking beter kunt begeleiden naar passend beweegaanbod? Ontdek dan de opleiding Sport Care Plus en word onderdeel van een beweging die gezondheid en inclusie dichter bij elkaar brengt!

Kortom: meer beweegparticipatie begint vaak met betere samenwerking. Uiteindelijk profiteren zowel professionals als deelnemers van een duidelijke route naar passend beweegaanbod.

Bronnen

  • Van Schijndel-Speet, M., Evenhuis, H. M., van Wijck, R., van Montfort, K. C., & Echteld, M. A. (2014). Facilitators and barriers to physical activity as perceived by adults with intellectual disability.
  • World Health Organization. (2020). WHO Guidelines on Physical Activity and Sedentary Behaviour.
  • Hilgenkamp, T. I. M., Reis, D., van Wijck, R., & Evenhuis, H. M. (2012). Physical activity levels in older adults with intellectual disabilities are extremely low.

Wil je op de hoogte blijven? Volg ons op social media: